De Windroos

24-3-2015

Natuurlijk burgerschap

 

Scholen zijn vaak veel meer met burgerschapsonderwijs bezig dan ze zich bewust zijn. "We doen de dingen omdat het natuurlijk is, omdat ze logisch zijn," aldus Jan Overweel, directeur van de Windroos, een vernieuwingsschool voor basisonderwijs in Wijk bij Duurstede. "Onze aandacht voor burgerschap moet explicieter gestalte krijgen en duidelijker naar voren worden gebracht."

De Windroos (150 leerlingen) is een vernieuwingsschool die werkt volgens de uitgangspunten van Freinet en Jenaplan. Overweel: "Ouders kiezen bewust voor ons onderwijsconcept. Ze willen, samen met ons, dicht bij de ontwikkeling van hun kind staan en die drie partijen trekken zoveel mogelijk samen op. Goed contact tussen ouders en leerkrachten is daarbij een voorwaarde. Daarom komen ouders graag en vaak op school en in de groepen. Voor overleg met de leerkracht, om een handje te helpen of om te zien waar kinderen mee bezig zijn."

In hoeverre is er een verband tussen de identiteit van de Windroos als vernieuwingsschool en de manier waarop tegen burgerschapsonderwijs wordt aangekeken? Overweel: "Met ons vernieuwingsonderwijs willen we bereiken dat elk kind zich op een eigen, natuurlijke manier ontwikkelt. Kinderen zijn van nature nieuwsgierig naar de wereld om hen heen. Op de Windroos krijgen ze de ruimte en begeleiding om zelf te ontdekken en zelf hun vragen te stellen. Ze worden uitgedaagd om hun eigen antwoorden te zoeken en hun eigen keuzes te maken. We willen dat de kinderen uitgroeien tot personen die zelfbewuste keuzes kunnen maken, rekening houdend met de ander en in relatie met de ander. We proberen ze toe te rusten voor de maatschappij waar zij steeds meer deel van gaan uitmaken. Een voorbeeld  is de klasse!kas. Kinderen bepalen samen met de leerkracht hoe ze het geld gaan inzetten. De school staat in de samenleving, dus we halen deze samenleving ook in de school. Zo was er een reactie van een groep kinderen op het snoeibeleid van de gemeente. Mooie voorbeelden van burgerschap." 

Burgerschapsonderwijs impliceert volgens Overweel dat je weet wie je bent, wat je kwaliteiten en talenten zijn en waar je ondersteuning bij nodig hebt. "Op school zijn wij continu bezig met de persoonsontwikkeling vanuit de eigen ervaring, daar afspraken met elkaar over te maken en dat samen te borgen. Wij hebben geen methode sociaal-emotionele vorming of een specifiek antipestbeleid. Burgerschap is geen expliciet en zichtbaar onderdeel van ons programma. Je ziet het aan de wijze waarop we elkaar bejegenen, maar ook aan onze aandacht voor de wereld buiten de school. Dit wordt ook heel nadrukkelijk naar voren gebracht in tevredenheidsonderzoeken van ouders. Juist deze burgerschapsaspecten worden zeer gewaardeerd."

Is het mogelijk de vorderingen van de leerlingen op het gebied van burgerschap in kaart te brengen? Overweel: "Vorig jaar hebben we meegedaan aan het Cool-onderzoek vanuit het Kohnstamm Instituut. Wij werden getriggerd werden door een 'burgerschapaspect' in dit onderzoek. Dit onderzoek heeft ons wat meer zicht gegeven, maar ook meteen de betrekkelijkheid van dit soort lijsten duidelijk gemaakt. Veel attitudezaken - en dat is het doorleven van burgerschap natuurlijk veelal wel - zijn niet altijd goed te vangen in lijstjes en testjes. De aard en het effect van burgerschapsonderwijs zijn nu eenmaal lastig in kaart te brengen. Mede daardoor beseffen we niet genoeg dat we al veel dingen doen. Onze aandacht voor burgerschap moet explicieter gestalte krijgen en duidelijker naar voren worden gebracht."