Lerarencompetenties en ondersteuning

24-3-2015

Burgerschap is geen vak, maar een opdracht voor de hele school. Dit betekent dat er niet één leraar verantwoordelijk is voor burgerschapsonderwijs op een school. Het is een opdracht voor allen die op school contact met leerlingen hebben: leraren, maar ook niet-onderwijzend personeel. Hiervoor zijn een gezamenlijke visie en afspraken over de te volgen aanpak onontbeerlijk [link naar visieontwikkeling].

Niet iedere leraar zal direct een rol voor zichzelf zien in het bijdragen aan doelen voor burgerschap. Bijvoorbeeld omdat het gegeven vak zich daar inhoudelijk niet voor leent. Een analyse van de kerndoelen [link naar burgerschapsopdracht / kerndoelen] laat zien dat de orientatie of jezelf en de wereld (po), mens- en maatschappijvakken (vo) en Nederlands de meeste inhouden bieden voor burgerschapsonderwijs. Echter, in de benadering van en de interactie met leerlingen ligt er een taak voor alle leraren. Daarbij valt te denken aan pedagogisch-didactische vragen zoals:

  • Welk voorbeeld geeft een leraar?
  • Welk gedrag en welke opmerkingen worden wel of niet getolereerd en welke reactie is dan passend?
  • Op welke wijze kunnen basiswaarden worden benadrukt?
  • Welke oplossing bij conflicten wordt gekozen?
  • Welke inbreng hebben leerlingen op school en in de lessen?

 De handelingsbekwaamheid ten aanzien van deze vragen zal variëren binnen teams en scholen. Diverse opleidingen en pedagogische centra hebben een aanbod om lerarencompetenties te versterken zoals de KPC-groep ; Windesheim  en de CED-groep. Deze organisaties zijn betrokken bij de Alliantie Burgerschap.