Lyceum de Grundel

24-3-2015

Maatschappelijke stage werkt, maar niet zonder meer…

Lyceum de Grundel in Hengelo is een van de scholen die de maatschappelijke stage inzetten als speerpunt van burgerschapsonderwijs. De stage vindt plaats in het tweede en in het vierde leerjaar en beslaat in totaal dertig uur. Anny Schiphauwer, docent levensbeschouwing, volgt de ontwikkelingen aangaande de maatschappelijke stage op de voet. Onlangs voltooide ze haar masterscriptie theologie over het onderwerp identiteitsontwikkeling tijdens de maatschappelijke stage. De vraag was: kan de maatschappelijke stage dienen als invulling van burgerschapsonderwijs?

Het onderzoek wees uit dat dit niet zonder meer het geval is. Schiphauwer: "Voorwaarde is dat er tijd wordt geïnvesteerd in de evaluatie van de stage en dat leerlingen leren zelf te reflecteren. Ze doen die maatschappelijke stage natuurlijk in de eerste plaats omdat het moet en omdat ze de punten nodig hebben voor de overgang. Stimuleer je ze tot meer gerichte reflectie, dan zien ze bij zichzelf ook vorderingen op het gebied van burgerschapscompetenties, zoals empathie en communicatie. Wil je dat ze zich bewust worden van de waarde van de stage voor hun persoonlijke ontwikkeling, dan moet je het gesprek met ze aangaan."

Dat gaat niet altijd even gemakkelijk, is de ervaring van Schiphauwer: "Bij het eindgesprek loop je vaak tegen de weerstand aan die jongeren nu eenmaal hebben tegen reflectie. Het zijn ook geen simpele vragen die aan de orde komen. Kon ik op de stageplek het soort mens zijn dat ik wil zijn? Wat voor soort mens bén ik? Wat voor soort werk past bij mij? Het ijs breekt meestal als je het gesprek baseert op concrete ervaringen van de leerlingen. Geef ze zeggenschap over het gesprek. Door je waardering voor hun inbreng krijgen ze vertrouwen. Niet tégen, maar mét ze spreken. In wezen een vorm van actieve participatie, een van de domeinen van burgerschapsonderwijs. Een ander domein is identiteit. Door de maatschappelijke stage en de reflectie daarop ontdekken de leerlingen wie ze zijn en hoe hun positie is ten opzichte van de ander. Een voorbeeld is de kerstavond voor minderbedeelden, die een leerling als maatschappelijke stage had georganiseerd. In het eindgesprek bediscussieer je met die leerling de vraag wie hier nu het meeste bij gebaat was: de minderbedeelden, of de leerling zelf, die er een goed gevoel aan over had gehouden."

In de ontwikkeling van kinderen tot verantwoord opererende jonge burgers gaat het volgens Schiphauwer niet alleen om thuis en school, maar ook om de wereld daarbuiten. "Daarom is het van belang de kennismaking met die buitenwereld in het curriculum op te nemen in de vorm van een maatschappelijke stage. Ik ben van mening dat de maatschappelijke stage substantieel bijdraagt aan de ontwikkeling en vorming van de identiteit van de leerlingen."